5 April Uitnodiging Burgerdebat Wij in de Stad

5 april TU/e

Eindhoven: schone energie, geen afval, actieve burgers als motor.

Een innovatieve stad als Eindhoven, de tweede motor van de Nederlandse economie, staat voor de opdracht aan een duurzame toekomst te werken, met een gezonde en schone leef- werk- en woonomgeving, en een antwoord op de vraag aan energie die het klimaat niet belast. Volgens deskundigen kan de regio Eindhoven in deze transitie zelfs een cruciale rol spelen vanwege de vele technologische kennis die hier aanwezig is.

Een vitale stad is een duurzame stad, daar is bijna iedereen inmiddels wel van overtuigd. Maar hoe doen we dat? Wat is daarvoor nodig? Wat betekent zo’n stip op de horizon voor de burgers en het bedrijfsleven? Wanneer is Eindhoven een stad zonder vervuilende auto’s, afval en afhankelijkheid van fossiele brandstoffen?

Het thema ‘Duurzaamheid in de stad’ staat op woensdag 5 april centraal tijdens een ‘Burgerdebat’ dat wordt georganiseerd door ‘Wij in de Stad’. Het is het derde in een reeks waarin de toekomst van Eindhoven centraal staat. Eerder kwamen ‘Wonen in de stad’ en ‘Sociale verbondenheid in de stad’ al aan de orde. Het laatste debat, dat in het najaar plaatsvindt, gaat over ‘Macht in de stad’.

Voor het thema van deze avond is ‘Wij in de Stad’ een samenwerking aangegaan met VSI, de alumnivereniging voor scheikundig ingenieurs op de TU/e. VSI treedt ook op als mede-gastheer van de bijeenkomst.

De debatavond op 5 april telt drie inleiders die elk in een tijdsbestek van circa een kwartier vanuit een wisselende invalshoek zullen inzoomen op het thema duurzaamheid.

Erik Langereis van het onderzoeksbureau Differ, die oa de Metropoolregio Eindhoven adviseert bij de energietransitie, trapt af met het schetsen van de uitdagingen waar we voor staan.

Vervolgens spreekt Jean Paul Close, initiatiefnemer van de ‘Stad van Morgen’, over het concept van de sustainocratie

en tot slot gaat directeur Frans van Strijp van afvalbeheerder Cure in op een regio waarin afval niet meer bestaat.

Tussen en na de inleidingen is er gelegenheid tot discussie. Dat doen we aan de hand van een aantal stellingen.

Graag willen wij u hierbij uitnodigen voor dit Eindhovens Burgerdebat. U bent van harte welkom op 5 april in het Auditorium van de TU/e, collegezaal 11.

Inloop 19.30, aanvang 20.00 uur. Einde van de avond rond 22.00 uur. Toegang is gratis, consumpties zijn dit keer voor eigen rekening.

Hans Horsten is opnieuw bereid gevonden de avond te leiden. Wij denken weer een interessante en inspirerende avond voor u in petto te hebben. Een avond die u natuurlijk zelf mede bepaalt.

Resten ons 2 punten:

1. zou u dit bericht willen doorsturen naar personen of instanties waarvan u denkt dat ze ook belangstelling hebben voor het Burgerdebat en/of dit thema;

2. wanneer u van plan bent te komen wilt u dit dan doorgeven via het volgende e-mailadres: Burgerdebat@ergon.nu

Wat ons betreft tot 5 april!

Organisatoren: Jan van de Sande/Bert van Tol/Ton Siroen/Hans Lamers.

Nederland stemt voor Nederlandse waarden

De verkiezingen van 15 maart laten een boeiend beeld zien  van een Nederlandse bevolking die stemt voor het Nederlandse DNA dat mee evolueert met de tijd. Er is nog veel op aan te merken als we Sustainocratisch redeneren vanuit de menselijke kernwaarden maar gezien vanuit een democratievorm die zich kenmerk vanuit de traditie van symptoombestrijding zien we een beeld waarin het Nederland van vandaag een vorm van moderne authenticiteit laat zien. Het is niet meer het gespleten land tussen het rechts christelijk ondernemen en arbeiders die opkomen voor hun basiszekerheden. Die basiszekerheden zijn redelijk geborgen in het model van verzekeringen, pensioenen en protectionisme van (zwaar belast) contractarbeid. Dat de linkse volkspartij van de arbeiders heulde met het nieuwe rechts dat uit neo-liberale denkbeelden is ontstaan, en al lang niet meer liberaal is maar oer conservatief economisch speculatief op niet christelijke basis, is hen duur komen te staan. Het toont tegelijkertijd een evolutie waarin het gat van de oude, verdwenen christelijke dogmatische moraal, dat door de groei van het liberale denken en het pakket zekerheden (wie heeft God nodig als men Geld heeft?) is ontstaan opgevuld wordt door het nieuwe geluid van waarden van samenhang, solidariteit en het fatsoen van het zorgen voor onze leefomgeving, veiligheid en duurzaamheid. Een werkelijkheid van middeleeuwse religieuze kruistochten en geloofsoorlogen passen niet in het huidige multiculturele Nederland. Hoe we weerstand moeten bieden tegen de vaak door politieke doelstellingen ingegeven dreiging van de Islam en ons moeten beveiligen tegen de doorgeslagen religieuze moordpartijen van extremisten is een vraag die de bevolking bij de politiek neerlegt. De groei van de PVV geeft die zorg weer maar in de grote steden is DENK aan zet gekomen als geluid dat we dit als broeders onder elkaar op moet lossen en naar een werkbaar Nederlands niveau moeten tillen, doortastend en concreet, maar wel samen, niet in oorlog met elkaar.

Wat de grote middenmoot betreft is het duidelijk dat de bevolking niet alleen maar de economische, speculatieve welvaart en asfalt politiek van de VVD omarmt, waar we ons kleinlands welzijn aan lijken te ontlenen in een grote wereld, maar dat lokaal welzijn nog veel meer is dan alleen geld verdienen of schulden op te leggen aan de bevolking om onze stijgende gevolgen kosten te betalen en bijbehorende instanties in stand te houden. De bevolking schijnt te schreeuwen om meer gematigde harmonie, respect voor elkaar en onze leefomgeving waardoor welvaart en welzijn een nieuwe vorm van maatschappelijke yin-yang vormen. Wat gaat dat worden als Rutte de partijen aan tafel brengt voor coalitie vergaderingen? Neem Rutte en de VVD de dreun serieus die men ondanks de verkiezingswinst toch als nederlaag heeft moeten incasseren. Dan zal men het oude liberale en vooruitstrevende weer eens op moeten poetsen en zich omringen met partijen zoals GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren zodat er een stroom van nieuwetijdse innovaties het land kan gaan overspoelen die ons vanuit samenredzaamheid kunnen sterken. Misschien is er in die lokale waardecreatie wel een basis voor een basisinkomen en het creëren van een lokaal waardesysteem dat ons al gemeenschap kan sterken. Of blijft men hangen aan het speculatieve ondernemen in een wereld die steeds meer in rep en roer is en landen kwetsbaar maakt door onderlinge concurrentie en afhankelijkheden. Dan is een rechtse coalitie meer voor de hand liggend. Is geld, handel en vastgoed dominant of wil men meer het “samen gaan leven” omarmen?

We zullen het zien de komende dagen. De ingrediënten voor een werkbare coalitie zijn uitgebreid voor handen. Het geeft ruimte voor concrete keuzes waarbij we niet uit het oog mogen verliezen dat de grote wereld om ons heen steeds meer chaos vertoont, niet alleen door het gedrag van de Trumps en de Erdogans van deze wereld maar ook door de enorme uitdagingen die de natuur ons voorschotelt. Vanuit onze Stad van Morgen kijk op de samenleving zou een meer naar binnen gekeerd beleid, gericht op bewustwording, sociale cohesie en waarde-gedreven productiviteit, onze weerbaarheid stapsgewijs beter verbeteren dan voortborduren op de speculatieve lobby van grote bedrijven en export. We bouwen liever constructieve bruggen met de wereld om concrete fundamentele thema’s aan te pakken dan ze aan elkaar te verkopen. Zo’n keuze schept ook ruimte tot samenwerking en het positioneren van Nederland als motor van verduurzaming in de wereld. Maar de verkiezingen zijn voorbij. Wij gaan weer sustainocratisch verder en zien wel waar de coalitie op uitkomt.

 

Fietstaxi is Geluk(t) 16 maart

Donderdag 16 maart 2017 vanaf 18:30 vieren we “Geluk(t)”. We zetten ondernemersinitiatieven met aantoonbare maatschappelijke en ecologische impact potentieel in het daglicht volgens de principes van Sustainocratische kernwaarden. Iedereen is welkom in het Designhuis om kennis te nemen van de inzet van deze ondernemende burgers.

Fietstaxi in Eindhoven

Toen de Stad van Morgen duurzame mobiliteit op haar agenda plaatste in 2009 werd het programma “mijn roze Ferrari dag” bedacht. Het omvatte de verleidende aanpak om een grote diversiteit aan mobiliteit opties beschikbaar te stellen aan de bevolking ter vervanging van de auto. Er waren twee criteria die daarvoor het belangrijkste werden geacht:

  • het alternatief zou net zo direct toegankelijk moeten zijn als de auto maar minder of geheel niet vervuilend,
  • het alternatief zou veel leuker moeten zijn dan het hebben van een eigen auto.

Overal in de stad werden mobiliteit eilanden (hubs) gepland waar de diversiteit van een leenfiets, fietstaxi tot en met een roze Ferrari werd aangeboden.  Afhankelijk van het humeur, het weer en de behoefte van iemand op zo’n dag kon men vrij kiezen tussen alle vormen van mobiliteit. Elk eiland kreeg een ondernemende functionaris waardoor er werkgelegenheid werd gecreëerd en de bestaande auto’s zouden worden verhandeld met een muntsysteem voor het gebruik van de mobiliteit innovatie als vergoeding.

Het kwam echter niet van de grond.  Net als zoveel dingen niet in die beginfase. In plaats van ons te ontmoedigen begonnen we te beseffen dat de innovatieve aanpassingen in de stad te maken hadden met allerlei krachtenvelden. We moesten met geduld ons doorzettingsvermogen op de proef stellen en doorbraken realiseren daar waar de mogelijkheid zich zou voordoen. Anno 2017 is het zover, 8 jaar later! Ik was met een Belgische gast een van eerste klanten van de Eindhovense fietstaxi. Het was een van de vele spin-off initiatieven van een grote club mensen die zich liet inspireren door het Groene Vlinderproject (voor het scheppen van werkgelegenheid). Na allerlei spanningen te hebben overwonnen was het uiteindelijk de investeringsbereidheid van een enthousiaste, gepensioneerde en ondernemende stadsbewoonster die zorgde dat de eerste fietstaxi beschikbaar kwam. Onze rit ging van het Station naar Strijp-S (waar we helemaal niet hoefden te wezen maar  we hadden toch een bestemming nodig ;-). Het was eindelijk Geluk(t)!

De fietstaxi moet zich verder nog ontwikkelen maar het begin is gemaakt.

20170210_115856.jpg

Geluk(t) maart 2017: Brabantse Health Deal

Twee keer per jaar organiseert de Stad van Morgen “Geluk(t)” als open evenement waarin we sustainocratisch 4 x winst ondernemen een podium geven. 16 Maart is het zover, voor de eerste keer. Hier alvast een voorproefje van de initiatieven die we onder de aandacht willen brengen.

Brabantse Health Deal:

Binnen het ondernemen denken we vaak aan mensen die een bedrijf opzetten. Maar ondernemen betekent “iets doen”. Sustainocratisch ondernemen betekent daarom “iets doen met de sustainocratische kernwaarden en onze democratische keuzeprocessen”. Dat kan ook op bestuurlijk niveau van de overheid.

In 2010 vroeg het burgerinitiatief AiREAS aan de toen net aangestelde (meervoudig) wethouder Mary-Ann Schreurs of ze bestuurlijk mee wilde doen aan het cocreatie proces van onze gezonde stad? “Ja, dat willen we” was het antwoord. Dit deed ze (nog) niet uit bewustwording voor gezondheid als drijfveer maar vanuit haar politieke portefeuille opgave voor innovatie en burgerparticipatie. Gaandeweg ging gezondheid als verantwoordelijkheid echter steeds meer spelen waardoor de coalitie overeenkomst van Eindhoven na de raadsverkiezingen in 2014 het thema omarmde, wederom met wethouder Schreurs. Eindhoven wilde nu ook politiek bestuurlijk een gezonde stad worden. Zoiets kun je niet alleen en uiteindelijk besloot dezelfde Mary-Ann Schreurs de bestuurlijke kartrekker te worden voor de Brabantse Health Deal.

Wethouder Mary-Ann Schreurs

Er volgenden verschillende overlegrondes waarin vooruitgeschoven ambtenaren het interne proces vorm begonnen te geven dat de bestuurders op stedelijk en provinciaal niveau zouden kunnen beklinken. Dit is niet eenvoudig. Politiek is nu eenmaal niet vooruitstrevend, eerder conservatief en risicomijdend. Gezondheid op de agenda plaatsen, terwijl we omringd worden door vele aantoonbare ongezonde consequenties van jarenlang reactief in plaats van proactief beleid, levert de angst op dat men al snel verantwoordelijk wordt gesteld voor het ongezonde verleden in plaats van het tonen van moed voor het nemen van verantwoordelijke stappen die historisch genoemd kunnen worden. Bestuurlijke “accountability” binnen een partij politieke democratische zorg-economie is heel wat anders dan hetzelfde binnen de eerste stappen van een Sustainocratisch ontwerp van kernwaarden gedreven prioriteiten.

Op 22 juli 2016 werd de Brabantse Health Deal bestuurlijk beklonken, niet als beleidsroute maar  als formele intentie om gezondheid op de hoogste sport van de beleidsladder te plaatsen. De foto en het filmpje zijn een token dat het “Geluk(t)” is. Deze historische deal is een paraplu en kapstok om veel nieuwe gebiedsontwerpen en keuzes aan te hangen. Maar het moet zich als een virus of olievlek verspreiden in onze gemeenschap zodat de politici het kunnen omarmen als evolutie waar men eervol aan mee kan doen in plaats van een revolutie waar chaos aan kan worden ontleend waar niemand blij van wordt. De Health Deal is derhalve een stille bestuurlijke revolutie die zich over de jaren heen zal voltrekken en geen grote mediacampagne met de traditionele lintjesknipperij. Het zal als gemeenschappelijke rode draad veel “Geluk(t)” initiatieven van draagvlak voorzien waarna het nagenoeg ongemerkt onze samenleving zal kleuren door de moderne waardegedreven sturing. Het is nog geen volwaardige Sustainocratie maar het begin in Brabant is er. Voor de ingewijden in het proces is 22 Juli 2016 een gedenkwaardig moment net als de enorme energie die vele mensen erin hebben gestoken om het voor elkaar te krijgen.

IMG_8293-2
Brabantse Health Deal bestuurlijk beklonken

Waarom is stadslandbouw zo belangrijk?

Twee internationale afstudeerders milieuwetenschappen van Avans Hogeschool Breda gaan in de School of Talents 6 maanden aan de slag met deze fundamentele vraag.

20170208_131948.jpg

Steden zijn enorm afhankelijk van voedselvoorziening van buiten de stad waardoor de stedelijke bevolking alleen toegang heeft tot deze basisbehoefte middels geld. Dat levert allerlei problematische situaties op die tot uiting komen in verschraling van onze landschappen, vervuiling van de lucht, armoedeontwikkeling in allerlei delen van de wereld, enz. Op termijn concurreren we voor onze voedsel met het gevolg dat het alleen maar duurder, schaarser en meer gemanipuleerd wordt. Uiteindelijk hebben we niet genoeg meer voor de stedelijke bevolking die dan geen enkel alternatief heeft dan de stad te ontvluchten. Dat is een dramatisch beeld dat veel mensen nog niet willen zien.

Maar voedselproductie in de stad is lastig. Op daken, in gebouwen, op stukjes grond in de parken, in de tuin of op het balkon, via gebieden nabij de stad, kan veel worden gedaan maar dan moet technologie worden toegepast in en op ruimtes die in de stedelijke economische cultuur een erg hoge prijs hebben. Ook is de stedelijke bevolking gewend geraakt aan de overvloed in supermarkten en nauwelijks meer betrokken bij de productie noch kennis over deze kernwaarde die we dagelijks nodig hebben. Hoe belangrijk is stadslandbouw? Welke voorbeelden zien we in Nederland en elders op dit gebied? Hoe zijn ze tot stand gekomen en met welke resultaten? Welke barrières staan de massale toepassingen ervan in de weg en welke kansen zijn er te benutten?

De vraagstelling is door de studenten zelf geformuleerd. School of Talents faciliteert de leer-werkstage met het oog op het versnellen van maatschappelijke innovaties die de menselijke en natuurlijke kernwaarden voor onze duurzame evolutie als mens tegemoetkomen. Daaraan wordt tevens een nieuwe economie en werkgelegenheid ontleend waar veel mensen profijt van kunnen hebben in de komende decennia. Daarom wordt de School of Talents financieel geholpen door de overheid en het bedrijfsleven die ook graag succesvolle innovaties over willen nemen als ze eenmaal onderbouwd zijn door onderzoek en experimentele toepassing ervan (Interesse? Mail: jp@stadvanmorgen.com) De vraagstelling komt tegemoet aan alle kernwaarden van Sustainocratie en tracht een antwoord te vinden over de verbinding tussen het heden (waarin de kernwaarden in de stad ontbreken of grote risico’s lopen) en de Stad van Morgen waarin ze wel ter harte zijn genomen (maar hoe?).

5 kernwaarden.jpg

Nieuw ondernemerschap training on the job

Introductie nieuwetijdse ondernemer: Rino Groenenberg – Specialist binnenklimaat

Als de maatschappij zich structureel aanpast aan een nieuwe kijk op de werkelijkheid dan ontstaan ook nieuwe initiatieven, diensten en producten met bijbehorend ondernemerschap. De luchtvervuiling binnen en buiten bijvoorbeeld zorgt voor veel gezondheid klachten, stijging van zorgkosten, vroegtijdig sterven en zelfs wereldwijde klimaat uitdagingen. Regelgeving, pilletjes en bureaucratie werkt niet meer. Wat we als mens kapot maken valt soms niet meer te repareren. Zo zit dat met onze leefomgeving. Alleen zien we het vaak niet, en wat we niet zien ……

Nieuwe ondernemers ontwikkelen diensten om het onzichtbare zichtbaar te maken en ons bij te staan met het gezond maken van onze leefomgeving. Dat is bijvoorbeeld de wens van Rino Groenenberg. Hij heeft zich aangesloten bij de School of Talents waarin we samen werken aan het succes van zijn ondernemerschap met behulp van de 4 x winst methode en 5 kernprincipes van succesvol ondernemen in de 21ste eeuw.

fb_img_1486047127974.jpg

Rino Groenenberg: Binnenklimaat specialist
Hoger ondernemer´s doel: gezond wonen en werken
Aanpak: Metingen binnenklimaat (lucht, straling) en advies
Werk samen als partner met: AiREAS
Contact: rinogroenenberg@gmail.com

ElastiCity, een open reflectie over verbinden met de Stad van Morgen

Met Sander overleggen we over samenwerking tussen Eindhoven en een wijk in Rotterdam. De dialoog is niet altijd ondernemend maar vooral aftastend in visie, ideologie en denktrends. Sander Vroegindeweij is niet de enige die zo beeldend bezig is met de werkelijkheid en zijn eigen rol daarin. Daarom houden we de reflectie niet voor onszelf maar maken u deelgenoot…….
******************************Sander***************
Om verdere aansluiting te vinden binnen de Stad van Morgen ideologie heb ik kort even teruggekeken naar mijn In Company Project uit 2015. Deze opdracht was onderdeel van mijn EMBA opleiding en heeft als doel een basis te leggen voor ons toekomstige bedrijf. Dus eigenlijk een voorloper van ons bedrijfsplan.
Hier kort een introductie, bedoeld als opstap naar het FabCafe:
Mijn vrouw heeft interesse in het onderwijs, ik in innovatie. Beiden zijn we verrast over hoe het schoolsysteem zo weinig lijkt veranderd. Tenminste dat is de ervaring die wij hebben met onze kinderen. Vooral de oudste is erg creatief en gedreven, echter past dit niet in het klassikale systeem waarin iedereen dezelfde opdracht uitvoert op hetzelfde moment.
Dat het schoolsysteem zo onveranderd lijkt te zijn verbaasd ons omdat de wereld om ons heen toch heel anders is vergeleken met toen wij zelf op de basisschool zaten. Mijn onderzoeksvraag was dus gericht op hoe educatie en innovatie onderling met elkaar zouden kunnen worden verbonden. Ik heb daarbij de term “elastiCity” gebruikt om het verschil tussen de dynamiek van de stad en het onderwijs te verwoorden. Veel van de initiatieven voor verandering in het onderwijs lijken op termijn weer terug te vallen op de bekende basis, ofwel een traditionele methode van het aanleren van taal- en rekenvaardigheden.
Ik heb met de term “elastiCity” de stad als uitgangspunt genomen voor de op het eerste oog meest duurzame organisatievorm. In tegenstelling tot landen en bedrijven gaan steden veel langer mee. Het herstel en aanpassingsvermogen van steden is uniek. De trend smart cities in combinatie met the internet of things, artificial intelligence en automation/robotization is niet alleen interessant voor de techneut die op zoek is naar zinvolle innovatie. Het is van essentieel belang voor de bewoners zelf. De kwaliteit van de leefomgeving zal steeds meer worden bepaald door het inzetten van innovatieve technologie. Alleen doet de naam Smart geen recht aan deze trend, evenzo bij de benaming van de moderne telefoon: de smartphone. Smart cities gaat niet om het vooruitstrevend gebruik van innovatieve technologie. Het gaat verder, namelijk het nut ervan voor de bewoners van de stad. De mensvriendelijkheid: een veilige en gezonde omgeving waar je als kind op kunt bloeien.
Het woord smart wordt vaak niet in de juiste context gebracht. Een smartphone bijvoorbeeld is een telefoon waarmee je veel meer kan dan alleen bellen. En dat zien we terug in het verkeer. Fietsers en automobilisten gebruiken de telefoons op uiterst ongunstige momenten en dan ook op “domme” manieren die veel verder gaan dan bellen alleen. Op de meest gevaarlijke momenten raadplegen we de telefoon voor zaken die er op dat moment niet toe doen. Tenminste niet de meeste urgentie vereisen. De PC, personal computer, is natuurlijk ook smart alleen minder mobiel. Ook hier zien we gebruiksvoorbeelden die misschien wel erg persoonlijk echter niet erg slim zijn. Een PC nodigt qua interactie immers niet uit om er samen tegelijk achter te werken, dat maakt de PC ook personal. De personal computer opent wel mogelijkheden om juist op afstand met elkaar, bijvoorbeeld samen aan een project, te werken.
De impact van technologie is dus moeilijk te voorspellen, vooral als het gaat om gedragsveranderingen. Het gaat uiteindelijk om de samenhang, ofwel de interactie en niet of een digitale oplossing slim of persoonlijk is. En dit kan verwoordt worden door de term Eco: “Ecology (from Greek: οἶκος, “house”, or “environment”; -λογία, “study of”[A]) is the scientific analysis and study of interactions among organisms and their environment.” https://en.wikipedia.org/wiki/Ecology
Het eco-niveau vereist meer dynamiek en gaat verder dan alleen technisch slimme apps, intelligente systemen en persoonlijke apparaten. Bij eco gaat het om de balans: de uitdaging van duurzaamheid. Dat is de vervolgstap die ik in mijn ICP onderzoek niet verder uitgezocht heb. De literatuurstudie en interviews hebben me wel in de juiste richting gebracht, echter niet ver genoeg. Inmiddels zijn er na mijn MBA ook veel zaken veranderd: mijn vrouw heeft haar  lerarenopleiding afgerond en geeft nu informatica les aan VMBO, Havo en VWO.
Onze kinderen zijn van de openbare basisschool naar het Montessori gegaan. We hebben contact met diverse partijen over de wereld die met passie en overgave aan creatieve innovatie werken. Ook hebben we inmiddels het FabCafe ontdekt en deze in Tokyo, Barcelona en Straatsburg bezocht. De gesprekken met global team leden alsook de lokale eigenaren zijn erg inspirerend. We hebben internationale ervaring met co-creation van Arduino lesmateriaal en personal robotprojecten. Onze verwachtingen voor dit jaar zijn dan ook erg positief. We kijken uit naar nog vele interessante projecten en daarbij gepaard gaande leerervaringen. Een van de lokale projecten is een derde Roffab te organiseren. Ik wil dat graag onder het thema Internationaal en Intercultureel door workshop materiaal uit het buitenland te delen met jongeren uit de stad. Enkele voorbeelden: 3D print en bouw je eigen robot (PLEN uit Japan), maak en speel je eigen gitaar (Inventors uit Portugal), bouw en programmeer je eigen digitale apparaat (STEMTera uit Australie).
***********************
elasticity
elasticity2

Avans Hogeschool past participerend leren succesvol toe met de School of Talents

De uitdagingen van deze tijd vergen niet alleen het klassikaal leren van gespecialiseerde onderwerpen maar ook het vroegtijdig ervaren en toepassen ervan in de werkelijkheid van het dagelijks leven. Verschillende leerkrachten in scholen van Brabant hebben al samen met de Stad van Morgen geëxperimenteerd middels concrete en maatschappelijk relevante projecten waar studenten het middelpunt in vormen…….

School of Talents (2).jpg
Vele partners hebben al meegedaan met betrokkenheid van 1000-den studenten. Nu is het onze uitdaging om het proces te borgen tot structurele samenwerking met meetbare maatschappelijke resultaten

Avans Hogeschool legt de lat hoog
Met Avans Hogeschool in Breda hebben we als Stad van Morgen samen met AiREAS net weer een traject af mogen ronden. Voor de studenten en leerkrachten werd dit een eindpunt door het presenteren van hun bevindingen in een schriftelijk rapport en middels een videopresentatie. Voor ons echter een beginpunt om de resultaten van de onderzoeken en presentaties toe te gaan passen samen met de partners. Lees hier het School of Talent proces in downloadable pdf avanshogeschoolsamenwerking-1.

Het project
De internationale lichting eerste jaars studenten Milieuwetenschappen werden uitgedaagd om in teamverband de luchtkwaliteit te meten in een aantal basisscholen van Breda die op de nominatie stonden voor renovatie. De opgedane inzichten zouden het onderhoudsbureau (Breedsaam) voor de scholen kunnen helpen bij het plannen van onderhoud en renovatie. De lokale overheid kon de metingen gebruiken voor het verder invullen van hun deelname aan de Brabantse Health Deal door de wijk gezonder te maken middels beleid en investeringen. Met de presentaties van deze studenten, mits kwalitatief voldoende aanvaardbaar kon AiREAS en de Stad van Morgen andere steden en gebieden in de wereld stimuleren om de leefomgeving van onze kleinste en kwetsbare mensjes zo gezond mogelijk te maken in navolging van het goede Bredase voorbeeld. Het project was daarom belangrijk voor iedereen, niet alleen de studenten.

avans-project-2

De rapportage van de studenten is in het Engels en tweedelig: schriftelijk en middels een videoverslag. Het videoverslag werd gepresenteerd met publiek en aanwezigheid van de alle 7 groepen.

Resultaat
In middelbaar MBO en HBO onderwijs overheerst vaak de indruk dat jongeren nog niet in staat zijn kwalitatief hoogwaardig externe productiviteit te leveren door middel van zelfstandig werken. Vaak moet de Stad van Morgen uit ervaring het vertrouwen uitdragen dat zij dit wel kunnen mits goed begeleid en optimaal “bevrijd” van te veel sturing waardoor de jongeren hun creativiteit volledig kunnen benutten. Via een normale korte periode van chaos weten de meeste groepjes hun draai en focus te bepalen en uiteindelijk uitstekend resultaat te leveren, zeker als men in staat is goed met elkaar taken af te stemmen. Enkele groepjes hebben wat steun en begeleiding nodig om uit de chaos te komen maar leggen daarna hun lat even hoog vaak tot verrassing van de studiebegeleiders en projectleiders.

Kijk zelf naar een paar verslagen die door de eerste jaars zijn geproduceerd en oordeel over de kwaliteit:

Verslag 1:  final-1e-ilsesarah

Verslag 2: healthy_breath_final

Binnenkort zullen we ook enkele van de videoverslagen laten zien die soms uitzonderlijk goede kwaliteit vertoonden.

20170119_144555-1
Het moment van de videopresentaties

Het ontstaan van nieuwe werkgelegenheid

Stad van Morgen heeft met haar STIR Academy al jaren gewerkt aan maatschappelijke bewustwording. Nu heeft ze, in samenwerking met pioniers in het beroepsonderwijs de praktische basis gelegd voor de nieuwe beroepswerkelijkheid die ontstaat. De STIR Academy heet nu de School of Talents waarin iedereen is uitgenodigd om de transitie vorm te geven onder professionele begeleiding en met sponsoring van zelfbewuste overheden en bedrijven die er ook hun eigenbelang en toekomstig bestaansrecht aan ontlenen.

Trajecten van 6 maanden worden aangeboden aan afstuderende studenten (einde studie stage als beroepsvoorbereidend proces), afgestudeerde studenten (zelf je eigen beroep creëren), werklozen (Uit te tijd in de oude werkelijkheid? Bij de tijd in de nieuwe!), vluchtelingen (De nieuwe tijd is een open en vreedzaam gebied dat nog helemaal beroepsmatig ingekleurd dient te worden), enz. Download hier “het nieuwe werken doen we samen” het-nieuw-werken-doen-we-samen-2

het-nieuw-werken-doen-we-samen-cover

Uitleg over de transitie voor belangstellenden
In de transitie van een wereld vol paarden naar auto’s ontstonden allerlei nieuwe beroepsfuncties die de oude vervingen. Maar voordat die nieuwe beroepen algemeen werden moesten ze eerst gecreëerd worden zodat ze daarna konden worden gekopieerd en uitvergroot in de wereld. De eerste automonteur werd zo het voorbeeld voor een hele wereldbevolking van monteurs, leermeesters, onderwijs, onderdelen leveringen, instrument ontwikkelingen, enz. enz.  Dit soort transities hebben de grote fasen van vooruitgang gekenmerkt waar welvaart aan werd ontleend. Tot op heden werd de motor van vooruitgang vooral bepaald door bepaalde technologische ontwikkelingen (stoommachine, trein, elektriciteit, ICT….) en gebruik van grondstoffen (katoen, olie, staal, chemie,….). De Kondratiev weergave van deze fasen over de laatste 200 jaar geven een interessant beeld. Let dan vooral op de synchroniciteit verandering die vanaf 1999 zo’n beetje zichtbaar begint te worden en we nu, anno 2017 tot een bewustzijnsdoorbraak kenmerken.

dood-of-leven

We zitten dus weer in een enorme transitie. Deze keer gaat het niet om grondstoffen of technologie maar om bewustwording. De laatste technologische doorbraak (ICT en Internet) helpt ons daar enorm bij. Dat betekent niet dat technologie en grondstofgebruik tot innovatieve stilstand is gekomen, integendeel. Doordat de mens doordringt tot een nieuwe bewustzijnsniveau wordt ook de toepassing van grondstoffen en technologie daaraan gerelateerd. En dat niet alleen. Ook alle bekende menselijke organisatievormen, functies en als wetten geregistreerde omgangsvormen veranderen gaandeweg. Hierdoor breekt een ongekende nieuwe periode aan van nieuwe beroepskeuzes, ondernemerschap, bestuursvormen en activiteiten. Ze vervangen oude werkwijzen met nieuwe toepassingen of creëren geheel nieuwe beroepsfuncties. In de bekende vakgebieden zien we dit gebeuren maar er zijn ook totaal nieuwe beroepsoriëntaties die nog nooit eerder hebben bestaan.

Denk bijvoorbeeld aan de participatiemaatschappij. In het oude denken legt men de participatiemaatschappij, die pas in de jaren 70 is ontstaan, uit als “de burger mag meepraten maar de overheid is de baas”. Zo zullen er veel wethouders en bestuurders ook nog steeds over denken.

Maar in het nieuwe denken is de participatiemaatschappij verbonden aan het bewustzijnsniveau dat kernverantwoordelijkheden samen gedragen worden. Hieruit ontstaat een nieuwe vorm van besturen waarin taken worden verdeeld maar verantwoordelijkheden gedeeld. Bestuurders, instellingen en burgers worden partners omdat het collectieve bewustzijn sturend is en niet het individuele belang.

Dat geldt ook voor ondernemingen. In het oude denken van bedrijven is de consument de markt die door marketing technieken verleid kan worden tot consumeren zonder dat ervoor verantwoordelijkheid wordt gevraagd, niet aan de onderneming, noch de consument. Consumeren is economische variabel, een moreel vraagstuk. Ondernemen staat synoniem voor geld verdienen.

In het nieuwe ondernemen gaat om het zeker stellen van voorzieningen door middel van toegepaste kennis, integrale betrokkenheid en regionale symbiose met de omgeving. Ondernemen staat synoniem aan waardecreatie en verdeling.

Terwijl het oude verdwijnt en het nieuwe zich ontwikkelt ontstaat een nieuwe beroepsdiversiteit op het raakvlak tussen bewustwording, het goede voorbeeld en de uitnodiging tot participatie. Participeren geeft in potentie meer zekerheden dan het leven in afhankelijkheden van voorzieningssystemen.  Participatiemaatschappen zijn samenwerkingsvormen die zekerheden bouwen op basis van echte waarden (zoals gezonde lucht, gezond samenwerken, eten, water, energie, enz). In een maatschappij die zich ontwikkelt rond participatie ontstaat allerlei waarden-gedreven maatschappen (clusters) die prioriteiten aanpakken die er voor de gehele gemeenschap toe doen. Zo ontstaat een ecosysteem van samenhang dat zich constant onderling afstemt zonder te verzuilen in zichzelf in stand houdende instellingen maar flexibel dynamisch werkend aan de behoeften van dat moment. Bestuurlijk ontstaat een faciliterende overheid die ruimte en infrastructuur schept in diezelfde dynamiek, net zoals ondernemerschap die instrumenten schept waardoor men de verantwoordelijkheden kan dragen.