Toen in 2016 COS3i (community voor sociale cohesie) ontstond in de Stad van Morgen, om inwoners van Eindhoven te verbinden aan onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor onze gezondheid, kwamen we een flink getraumatiseerde bevolking tegen. We constateerden dat de basis reden van deze situatie gevonden kon worden in het gebrek aan “sociale cohesie”, het bindmiddel van een gemeenschap. Deze negatieve ontwikkeling wordt nu nogmaals bevestigd door een onderzoekbureau dat Nederland heeft doorgelicht over een langere periode.

Het grootste deel van Nederland ziet deze verslechtering, met name de grote steden en dan vooral die steden die ook als universiteitsstad fungeren, waaronder Eindhoven. Als COS3i schreven we onze ervaringen op in een Engelstalige publicatie. Een combinatie van factoren ligt aan deze ontwikkeling ten grondslag. De zogenaamde “verzorgingsmaatschappij” heeft veel verantwoordelijkheden die we normaliter als mens dragen zelf en onderling, overgedragen aan “het systeem”. Deze benadert deze zorg als kostenpost waar politieke en financiële belangen aan gehecht zijn. Die kosten moeten worden opgebracht door druk uit te oefenen op de maatschappij via prestaties (werkgelegenheid) waar belasting op geheven wordt, en speculatie (inflatie, groei economie) door het creëren van kunstmatige tekorten.
Dit heeft gaandeweg een grote impact gehad op de mentaliteit van de bevolking. Deze werd individualistisch, geld gestuurd, afhankelijk, en ontwikkelde een overlevingsdrang in een zich corrumperende financiële omgeving. Op de vergrijzing werd gereageerd door mensen aan te trekken uit het buitenland in de hoop de prestatie en belastbare productiviteitslaag van de bevolking aan te vullen, zonder rekening te houden met de impact van diversiteit op de sociale verbintenissen. Tijdens een toespraak in de raadzaal van Eindhoven, op uitnodiging van het Vredesbureau, reflecteerde destijds al over “de angst voor de ander” op basis van eigen ervaringen in het buitenland en in mijn eigen interculturele huwelijken en verhuizingen.
Als COS3i vonden wij het belangrijk om hier wat aan te doen en manieren te vinden om mensen weer in beweging te krijgen, samen en naar elkaar toe. We deden dat vanuit het hogere doel van integrale en positieve gezondheid. Als Stad van Morgen stonden we er alleen voor. De lokale overheid toonde niet alleen geen belangstelling voor de uitdaging, ze werkte deze ook tegen door allerlei sociale ontmoetingsplekken in de stad, waar mensen spontaan muziek speelden of anders met elkaar omgingen, op te heffen volgens bestemmingsplannen die jaren duurden om tot uitvoering gebracht te worden. Het toonde ons de tweedeling van de maatschappij steeds nadrukkelijker, het financiële belangensysteem dat de menselijkheid op een laag pitje had staan, en de mens zelf die haar sociale verbintenissen steeds weer onderuit gehaald zag worden door onmenselijk bestuur.
Door allerlei initiatieven van verschillende en lokale culturen in de stad met elkaar te verbinden rondom concrete thema’s en doelstellingen, creëerden we als Stad van Morgen ook de nodige verrijkende crossovers. Crossovers zijn verbintenissen die hetzelfde hogere doel nastreven maar vanuit verschillende invalshoeken. Denk aan samen eten en kennis making met een andere cultuur en land. Of gezondheid en de verbinding tussen jong en oud. Er zijn veel crossovers te bedenken die uiteindelijk 1 plus 1 is veel meer dan 2 opleveren.
Hierbij twee korte filmpjes als voorbeeld.
Helaas gooiden de pandemie maatregelen in 2020 roet in het eten en vielen alle initiatieven niet alleen in duigen, mensen bleven lange tijd vasthouden aan ontmoeting en bindingsangsten. Dit verhoogde de negativiteit verder, ver na het opheffen van de maatregelen. Ook onze, op integrale gezondheid gebaseerde reizen vielen stil. Zo bleek het enorm tijdrovend en energie slurpend te zijn om alles weer op te starten.
Ondertussen ontstonden er wel ontwikkelingen tussen het ruimtelijke (bijv luchtkwaliteit) en sociale (gezondheid) domein waar verschillende partijen elkaar trachten te ontmoeten. Ook overheden begonnen langzaam in te zien dat werken vanuit een gemeenschappelijk hoger doel en het bevorderen van de crossovers, ook in de overheid zelf, kon leiden tot effectiviteit verbetering, kostenbesparing en uiteindelijk impact van maatschappelijke relevantie. In de fase zitten we nu.